Geschiedenis

Wicks van Mulken woont aan de Brede Haven sinds 1977. Wicks was jarenlang lerares geschiedenis en kan meesterlijk vertellen. Ook over de geschiedenis van de buurt. Dat bleek tijdens de jubileumtocht op de ‘Ouwe Dirk’. Tijdens de warmste zomerdagen van 2018 dook Wicks in het archief van de vereniging en schreef deze herinnering aan 40 jaar Havenkwartier.

  

Van gribus tot goudkust

 

Vereniging van bewoners van het Havenkwartier bestaat 40 jaar

 

In de zomer van 1977 betrok ik mijn huis aan de Brede Haven, als eerste bewoner van een pand dat gebouwd was in het kader van het rehabilitatieplan ‘Waaigat’. Het was een ontwerp van architect Teering, uitgevoerd door bouwbedrijf Heymans. Mijn huis was een van de eerste vijf die als proef werden gebouwd. De nieuwe woningen zijn net als de oude panden smalle maar diepe dijkhuizen. De ingang op de Brede Haven ligt veel lager (3m) dan de achterkant die uitkomt op de Buitenhaven. De garage ligt dus midden in huis. Een grote verrassing voor de mensen die de trap opgaan en dan boven de auto zien staan.

 

Gehavende buurt

De rest van de Brede Haven zag er gehavend uit. Enkele oude verwaarloosde huizen stonden nog overeind. Ze zouden worden gerestaureerd en niet helemaal afgebroken. Een deel van de oude huizen, bijvoorbeeld de ijzer- en papierhandel van mijnheer Verwey, een huis bij mij vandaan, bleef gewoon bestaan. De huizen die niet meer te restaureren waren werden afgebroken en daar kwam nieuwbouw. Tot het ‘waaigat’ waren dat er, vanaf nummer 38, nog eens zes. Deze nieuwbouwwoningen zouden wat stijl en vormgeving betreft goed aansluiten bij de oude, zodat er een aantrekkelijke, gevarieerde grachtenwand zou ontstaan.

 

Oorlogsschade en volle binnenhaven

In de binnenhaven lagen vrij veel schepen. Op een gegeven moment 32. Dat waren vooral verwaarloosde boten. De schipper was vaak afwezig en omdat er geen of weinig toezicht was gebruikte men de haven als stalling. Er waren weinig tot geen voorzieningen. Soms werden allerlei klussen op de boten uitgevoerd en dat zorgde voor veel geluidsoverlast. De Smalle Haven en de Handelskade waren nog niet gerenoveerd en zagen er oud en vervallen uit. Het was een verpauperd geheel omdat de haven zijn functie als handelscentrum was verloren en veel bewoners waren weggetrokken.

 

Ook was er nog veel oorlogsschade. Bij de bevrijding van de stad was het hele gebied verwoest, inclusief het nabijgelegen station. Aan de Smalle Haven en de Handelskade woonden veel kamerbewoners, dus was er veel verloop. Er werd niet veel aan de panden gedaan. Bij de Boombrug waren een café en een taxibedrijf. Het café is afgebrand en in de plaats kwam een heel modern huis gebouwd door architect Janssen. De gevel lijkt op de voorplecht van een schip. Later werd het pand bewoond door architect Oldhoff.

 

Blonde Jose

Tot mijn verbazing stond er op een avond een jongeman op mijn stoep, die vroeg of “grote Blonde Jose thuis was en kon komen”!!?? Aangezien ik klein en donker ben en een ander beroep heb, vermoed ik dat hij door alle veranderingen aan de haven zijn adresje kwijt was…

Het Havenkwartier leek dus niet op het fraaie buurtje waar we nu wonen. Dat we nu zo prachtig wonen is voor een groot deel te danken aan het vele werk dat door de vrijwilligers van de bewonersvereniging van het Havenkwartier afgelopen 40 jaar is gedaan.

 

Oprichting vereniging

In de loop van 1978 kwamen meer huizen gereed en namen een aantal bewoners het initiatief tot de oprichting van de ‘Vereniging van bewoners van het Havenkwartier van de Handelskade, Oliemolensingel, Buitenhaven, Smalle Haven en Brede Haven’. In September 1978 verschenen zij bij notaris Van Noorden om de statuten en de akte van oprichting te laten opmaken. Sjef van Oudheusden werd de eerste voorzitter. Het doel was als rechtspersoon de belangen van het Havenkwartier en haar bewoners te behartigen bij de gemeente en andere instanties, aanspreekpunt voor de buurt te zijn, onderlinge contacten te stimuleren, gezamenlijk de leefbaarheid te handhaven en te verbeteren, te bemiddelen en advies te geven ten aanzien van verkeersveiligheid en woongenot!

 

Havenbrief

Een nieuwsbrief verschijnt - het ‘Havenjournaal’, later de ‘Havenbrief’ geheten - en brengt verslag uit van het werk van de vereniging. Bij gebrek aan kopij toen en tot het eind van verschijnen rond 2007, meestal volgeschreven door het bestuur!

Inkomsten krijgt de vereniging uit de advertenties die bedrijven, veelal uit de buurt, trouw plaatsen. En uit de opbrengst van gespaard oud papier. Dat brengt te weinig op (3 cent per kilo). Daarom besluit de Vereniging in 1980 lidmaatschapsgeld te vragen; 10 gulden per lid per jaar! Er werden werkgroepen opgezet die zich bezighielden met een van de bovenbeschreven doelen.

 

Namen van de actieve bewoners van ons kwartier, die ik in het archief steeds weer tegenkom - zij lazen alle stukken van de Raad en bezochten de vergaderingen, verwoordden de grieven en opvattingen van ons allen - zijn in die eerste jaren onder andere: Sjef van Oudheusden, Jan Bosman, Lenie Goudappel, Jan Sonneborn, Frans ten Have, Jan  Bouwmans, Mevrouw van  Loon (er is aan de haven maar één mevrouw en dat is Mevrouw van Loon), Henk en Marijke Vijgen, Koos Maris, Ine van de Werf, Sarieke van Reenen, de hele familie Van de Plas, Harry Haas, Roeland Kriense Lokker, Rien Oostlander en de jarenlange voorzitter Thom Meylink. Een wethouder die er uitspringt vanwege zijn bereidheid tot luisteren en overleg in deze jaren is Paul Kagie. Lenie Goudappel, de onvermoeibare secretaresse, schrijft over wethouder Van den Berg: ”Wij zullen als wespen en muggen om ’s wethouders hoofd blijven gonzen om tenminste verkeersdrempels te krijgen!”

 

Verkeer, vervuiling, stank en drugs

Bij het doorlezen van de notulen van vergaderingen uit de eerste jaren van de vereniging valt op hoe consciëntieus men de belangen van het Havenkwartier behartigde. Veel vergaderingen van de gemeenteraad werden bijgewoond, zeker als het ging over het verkeer, de vervuiling van de haven en de overlast van de woonboten, de stank van de veevoederfabriek van Koudijs, overlast van drugsverslaafden en hoe in de toekomst ‘de kop van de haven’ zou worden ingericht en vooral wat de functie van de Boombrug zou worden. Natuurlijk was er ergernis vanwege vandalisme.

De dierbare, beplante tonnen, fietsen, zelfs een kleine auto, werden in de haven gekieperd door jongelui die terugkwamen van de disco ‘De twee Gezusters’. Soms gingen schippers te water om, onder grote belangstelling, verloren goederen op te duiken!

 

Sloop De Gruyterfabriek

De vereniging klaagde bij de gemeente toen in 1980 een begin werd gemaakt met de sloop van de De Gruyterfabriek en de BBA-bussen en zware vrachtwagens over de Buitenhaven denderden.

Onze net gebouwde huizen zouden ernstige schade lijden - scheuren waren al geconstateerd - door de trillingen van de bodem. Met name, zo schreven de architecten, de funderingen op de slappe sponsachtige grondslag van het dijklichaam zouden teveel lijden. De gemeente geeft uiteindelijk toe; de bussen gaan over de Havensingel.

 

De sloop van het ‘Gele Monster’, zoals de mooie fabriek werd genoemd, was een belevenis. Op die plek kwam een groot appartementencomplex; ‘de Brusselse Poort’. Of de Boombrug moest openblijven voor het verkeer - gemotoriseerd of niet, twee richtingen of één - was een groot en blijvend probleem, Ook dit onderwerp was goed voor een enquête en veel correspondentie, studiedagen en contacten met het gemeentebestuur.

 

Samen stiekem bomen planten

Om elkaar beter te leren kennen werden er barbecues, kegelavonden en borrelavonden georganiseerd die redelijk bezocht werden. Vooral in de eerste jaren was het bevorderen van sociale contacten de belangrijkste bezigheid van de vereniging. Later werd dat minder en nu veel oude bewoners zijn weggetrokken, zou men een opleving van deze eerste trend weer kunnen verwachten.

In de plannen van de architect Teering waren voor de nieuwbouwpanden geen balkonnetjes, noch tuintjes voorzien. We werden - als we buiten wilden zitten - gedwongen dat voor onze deur te doen tussen de clandestien aangeplante 8 bomen en de door onszelf verzorgde en beplante halve whiskyvaten. Op een avond in maart 1979 zetten we stiekem acht koningslinden. Er waren spitters, kruiers, planters en koffiezetters. De hele buurt was actief! De gemeente zou ze niet alleen gedogen, maar zelfs gaan snoeien en bespuiten!

Ik betaalde 40 gulden voor mijn boom. Daar kwam nog potgrond, een stok en bemesting bij! We bleven bomen planten. Ter gelegenheid van het eerste lustrum werd een Prunus geplant tussen de Handelskade en Smalle Haven. Nog steeds in volle glorie bloeiend in de lente! Pas na een heel jaar overleggen over de plek en de boom kon er geplant worden. Het valt steeds weer op hoe langzaam en stroperig de Bossche ambtenarij werkt. Ook voor deze boom zal de gemeente gaan zorgen!

Vlak voor de aanplant was er nog een bezwaar: “Flora-historisch gezien is een Prunus aan de haven geen gezicht!” Het bestuur verzucht: ”Alsof we een belanghebbende parkeerplaats aanvragen om een pony te stallen”.

 

Geen blik voor de deur

We wilden tussen nummer 34 en het Waaigat aan de Brede Haven geen blik voor de deur. Dat was een tweede reden voor onze boomplantactie. Een derde reden was, dat we het verkeer wilden terugdringen. De straat was veel te smal voor het snelle verkeer. De verkeer- en parkeerkwesties bleven de afgelopen veertig jaar een voortdurende zorg. Voldoende parkeerplaatsen voor belanghebbenden en geen doorgaand verkeer op de Buitenhaven en Brede Haven; daar werd naar gestreefd.

De gemeente poogde steeds weer de vrije- en de belanghebbenden-parkeermogelijkheden te beperken. Diverse keren dreigden onze bomen en tuintjes, onze terrasjes, te verdwijnen. Steeds weer was de vereniging actief om dat met beroep op het “verworven recht van een woonerf“ te voorkomen. Men wees op de toeristen die hier met wandelingen van de VVV langskwamen. En men schakelde de pers in. Onze terrasjes hoorden volgens ons bij de haven en die viel onder ‘beschermd stadsgezicht’.

 

Waar blijft die chocoladebol?

Een enkele keer hadden de toeristen het verkeerd begrepen. Zo begroette een ietwat chagrijnig echtpaar me, pontificaal op mijn stoeltjes gezeten, toen ik uit de stad kwam met: “Nou, waar blijft de koffie en de chocolade bol? Ze zeiden in de stad dat hier huis aan huis cafeetjes waren”.

Zeker toen de Eurocinema uitbreidde en op de Handelskade en Smalle Haven daarvoor meer betaalde parkeerplaatsen moesten komen, werd de druk groot.

 

De te uitbundige verlichting van de bioscoop was een moeilijk te tackelen probleem. Wel blij waren we met de verlichting van de Boombrug en de bomen op de Handelskade. Om de kademuren wat op te fleuren hebben we er jarenlang bakken met geraniums gehangen! Op zoek naar een oplossing om het verkeer te ontlasten is er ook ernstig gesproken over de invoering van een watertaxi.

 

Hondenpoep was en is nog steeds een grote ergernis! Toch is met de gemeentebepaling dat hondenbezitters op pad moeten met een zakje de overlast sterk verminderd. Dan was er de opvang van drugverslaafden, die overlast gaven in de buurt. De vereniging wees opvang op een ponton bij de Citadel, een voorstel van de gemeente, categorisch af. Veel en langdurend is er vergaderd. Er werd gekeken naar hoe diverse gemeenten met dit probleem omgingen en met andere bewonersverenigingen gesproken. Uiteindelijk koos de gemeente - onder protest - voor opvang aan de Oranje Nassauweg, vlakbij het station.

 

We hadden en hebben goede banden met andere bewonersverenigingen zoals de vereniging van Eigenaren van de Handelskade en de Bewonersvereniging leefbare binnenstad (Blb). De laatste vereniging hebben we zelfs voor 500 gulden gesponsord! “Eendracht maakt macht” is nog steeds de leus.

 

Breede Haven

In het begin was er ook een discussie over de naam: is het ‘Breede’ of ‘Brede’ Haven. De vereniging koos een tijd lang voor de oude schrijfwijze! Inmiddels schrijft iedereen het met één e.

 

De haven was sterk vervuild. Er moest nodig gedregd. Af en toe voer een bootje rond dat wat fietsen en andere spullen zoals matrassen naar boven haalde. Van stank hadden we ook in het begin weinig last omdat het riool niet meer op de rivier loosde. De schepen deden dat wel. Er waren ook geen voorzieningen voor de schepen en geen goede steigers. Veel schippers betaalden geen liggeld. Het havenreglement werd vernieuwd in 1983 maar pas later goed nageleefd. Uiteindelijk kwamen er steigers en faciliteiten en werden de ligplaatsen gegund aan een beperkt (8) aantal antieke boten met cultuurhistorische waarde. De havenmeester ging beter toezicht houden, ook in de bij de Dommel aangelegde passantenhaven (1997).

 

De kademuren moesten nodig worden nagekeken en gerenoveerd of gerestaureerd. Los metselwerk moest vastgezet en op de waterlijn moest een natuurstenen band bescherming tegen het ijs bieden. Daar is men momenteel nog mee bezig. In 2016 begon men met het werk en het gaat goed. De restauratie van de Binnendieze ter hoogte van de Visstraat en Lepelstraat, het opnieuw voegen en verstevigen van de kademuren, fundering en toog is voltooid.

 

Maritiem

De vereniging heeft ook goede banden met het tweejaarlijkse waterfestijn ‘s-Hertogenbosch Maritiem. Dan staat het Havenkwartier zeer in de belangstelling. Vanaf 1977 vieren we dit nautisch feest, opgezet door de Evenementencommissie ‘s-Hertogenbosch. Antieke schepen varen vanaf Willemstad via Geertruidenberg, Woudrichem en Heusden naar de Bossche Haven waar zij dan even een ligplaats krijgen. Woudrichem en Heusden haakten in de loop der jaren af. Lith en Alem werden de verzamelplaatsen van de boten. Allerlei watersportverenigingen nemen deel. Het feest wordt gevierd met een vismarkt, braderie en niet te vergeten de prachtige koren en orkesten die gedurende de feestdagen concerten geven. We vlaggen massaal en de ‘terrasjes’ zijn vol!

Wij - de bewoners van het Havenkwartier - zitten dan op de eerste rij, zeker als er dan ook nog in de buurt een tap wordt geïnstalleerd! We gaan op de schepen kijken en nodigen onze ‘overburen’ op de koffie. In tijd van nood, als de wasmachine aan boord stuk is, draaien we een wasje! Tot slot is er schitterend vuurwerk!

 

Rondvaarten

Behalve dat onze vereniging haar 40-jarig bestaan viert, is het ook een jubileumjaar voor rondvaartbedrijf Wolthuis. De ‘Ouwe Dirk’ Wolthuis begon veertig jaar geleden met rondvaarten door de haven en de wateren rondom. Zelfs grote tochten naar Heusden en Woudrichem werden ondernomen. In de zomer zwaaiden we enthousiast naar elkaar en na afloop van de rondvaarten, als ik aan de haven op mijn terrasje van mijn borreltje genoot, was Dirk senior best te vinden om ook een pikketanissie mee te drinken! Prachtig dat de mooie salonboot ‘Ouwe Dirk’ naar hem is vernoemd!

 

Vestingwerken en haven

Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch is verschillende keren op onze vergaderingen uitgenodigd om te vertellen over hun project ‘Vestingwerken’ waarvan wij ook deel uitmaken. Peter Jan van der Heyden vertelde op een mooie avond in 1979 over de geschiedenis van de Binnenhaven.

 

De kop van de haven was voortdurend onderwerp van gesprek. De moeilijkheid was dat de gemeente het bestemmingsplan gedeeltelijk herzag, onder andere om de bestemming ‘Verblijfsdoeleinden’ te wijzigen in ‘Verkeersdoeleinden’. De vereniging vecht voor het eerste. Er was even sprake van een restaurantje op de kop van de haven. Dat is er niet gekomen.

De Boombrug bleef open maar alleen voor eenrichtingverkeer vanaf de Brugstraat. Zowel de Buiten- als de Brede Haven werden voor doorgaand verkeer richting de Boombrug gesloten. Het Oliemolenbastion werd in het kader van het herstel van de vestingmuren opgeknapt. Ook kwamen er sanitaire voorzieningen voor bezoekers van de passantenhaven en watersporters. Het oude gebouwtje van de Brugwachter werd gerestaureerd. Gelukkig liet men de vreemde knik op de hoek intact. Destijds liep een tramlijntje langs het huisje en de tram kon de bocht niet goed nemen; vandaar de vreemde hoekconstructie.

 

Ook de Dommel werd opgeknapt. Met het verbeteren van de stadswallen werden ecologische verbindingszones aangelegd. Allerlei oude planten, die vroeger langs de wal groeiden zijn uitgezet er ontstaan erg aardige eilandjes en stroken waar veel watervogels neerstrijken en schitterende wilde bloemen bloeien. Een plezier om naar te kijken!

 

Smalle Haven en Handelkade

In de tachtiger jaren zijn ook de huizen aan de Smalle Haven opgeknapt. Het grote vervallen pand op nummer 211 was even gekraakt, maar daarna volledig gerestaureerd. De pakhuizen op de Handelskade en het verhuisbedrijf Beekwilder zijn gesloopt en er kwam een appartementencomplex dat fraai paste tussen de herenhuizen die al waren gerenoveerd.

 

Kortom, na veertig jaar moet ik zeggen dat het wonen aan de haven nog steeds heerlijk is. Vooral dankzij onze buurtgenoten, allemaal vrijwilligers, die tijdens die al die jaren hebben gevochten om de haven tot het paradijsje te maken dat het nu is.

Met dit schitterende weer zat ik buiten en riep een schipper: ”Ik ben jaloers op u!” Toen ik antwoordde: ”U zit toch lekker op uw bootje”, zei hij: ”Ja, maar u wóónt hier…….”.

 

Wicks Van Mulken

Augustus 2018